Ronde 6: Geen remise

SONY DSCHoe is het mogelijk? Amper remises. Iedereen wint van elkaar. Vandaag weer vijf overwinningen. Van de 30 partijen zagen we pas negen maal een gelijkspel.
Ligt het aan het grote aantal twintigers, die een stuk energieker spelen dan oudere heren? Ligt het de prettige sfeer aan het café? Of heeft gewoon niemand baat bij een remise? De eerste zeven partijen in het recente toptoernooi van Zürich eindigden in remise – hier in Batavia hebben we voor de tweede dag alleen maar beslissingen.

SONY DSC
Close
SONY DSC06-Mar-2013 17:50, SONY SLT-A55V, 2.0, 50.0mm, 0.025 sec, ISO 1600
 

Het krachtsverschil kan een reden zijn dat je heel graag wil winnen. Twan Burg won met wit in een Najdorf van Sjef Rijnaarts – tussen die twee zit een behoorlijk ratingverschil. Twan is een sterke meester en groot kenner van het Siciliaans met a6 – hoewel, eigenlijk meer met zwart dan met wit. Vele uren, dagen en jaren heeft Twan partijen uit die opening nagespeeld. Hij begrijpt de meeste ideeën, kent veel valletjes. Toch vergat hij zijn voorbereiding: in plaats van het g5 uit een partij tussen topgrootmeesters speelde hij h5. Rijnaarts ging stug door met zijn spel. Eerst b7-b5-b4, en wanneer het kan d6-d5. Maar die laatste pionzet was helemaal niet goed getimed. De dame stond op a5 maar verder was zwart eigenlijk niet goed ontwikkeld. Burg profiteerde meteen met een koningsaanval.

Pos1

19.h6! Dxd5 20.hxg7 Td8 21.Pd4 en zwart offerde uit wanhoop een stuk met 21…Pxg4. Dat werd niks. 21…e5 22.Dh6 exd4 23.Ld3 en Lxh7 beslist ook de partij.

SONY DSC
Close
SONY DSC06-Mar-2013 17:53, SONY SLT-A55V, 2.0, 50.0mm, 0.013 sec, ISO 1250
 
Manuel Bosboom laat Twan Burg een finesse zien in de Najdrof.

Een andere reden om geen remise te accepteren is de toernooisituatie: Gerald Hertneck vond dat vandaag zijn allerlaatste kans was – met wit tegen Yang-Fan Zhou. De Duitse grootmeester had een half punt achterstand op koploper Greenfeld. Van de resterende drie partijen zou ook nog tweemaal met zwart moeten worden gespeeld. Maar ook de Engelsman schuwde het gevaar niet. Hij offerde in de opening een pion:

Pos2

16…Lh3 17.Lxh3 Dxh3 18.Lxd6 Tad8 19.c5 Pe6 – dat verhoogt de druk op d4. Zhou won een pion en daarna nog een. Hertneck won een pion terug en de partij verzeilde in een remiseachtig dame-eindspel. Althans, objectief remise. Maar wie wil winnen – vooral in schaken – gelooft niet alleen in zichzelf, maar ook in de knulligheid van de tegenstander. Zolang ik de beste zet doe zal hij vast wel eens een fout maken. Magnus Carlsen is met die instelling de nummer één van de wereld geworden. Hertneck, daarentegen, kwam vooral zichzelf tegen. Hij verloor een belangrijke pion.

Pos3

42.Ke3? Met de koning naar het centrum. Wit droomt al van dameruil: na 42.Kf3 Da3 43.De3 Dxe3 44.Kxe3 zal wit het pionneneindspel winnen dankzij de actieve koning. Er kleeft echter een groot nadeel aan Ke3: na zwarts 42…Da3 kan geen De3 met dameruil volgen. 43.Kd2 Dxc5. Het is aan de eindspelkenners om aan te tonen dat wit in deze stelling nog remise kan houden. Het resterende pionneneindspel na 44.De3 Dxe3 45.Kxe3 is sowieso gewonnen voor zwart – dat speelde Zhou goed uit. Hij voegde zich bij de koplopers met 4 uit 6. In twee zetten had Hertneck de partij weggegeven. Hij was te ver gegaan.

SONY DSC
Close
SONY DSC06-Mar-2013 13:58, SONY SLT-A55V, 2.0, 50.0mm, 0.02 sec, ISO 1600
 

Ook Dimitri Reinderman en Tanguy Ringoir hadden een duidelijk motief om geen remise te spelen: Reinderman is als eerste geplaatst maar stond niet eerste. Ringoir moest nog aardig wat punten verzamelen voor een GM-norm. In de tweede Konings-Indisch van de dag gaf de jonge Belg direct karakter aan de stelling:

Pos4

14.g4 cxd5 15.cxd5 f4 16.Lxa6 (verhindert 16.0-0 Pb4 17.Dd2 Df7 18.Tfd1 a5 en zwart staat prima opgesteld) 16…bxa6 17.0-0 f3 18.Pe4

Pos5

18…Pxg4 19.hxg4 Lxg4 Zowel Ringoir als Reinderman dachten nu erg goed te staan. De computer geeft aan dat zwart veel risico neemt, maar dat wit het wel erg nauwkeurig moet spelen, bijvoorbeeld met 20.Kh1 Dh5 – een mens doet Kh1 natuurlijk niet voor de lol, maar zie wat volgt: 21.Tg1 h6 22.Lf6 Lxf6 23.Txg4 Dxg4 24.Pxf6 Txf6 25.Tg1 en zwart moet zijn dame geven. Op schaaksite geeft Herman Grooten een winnende variant na 20.Dc7 h6 21.Le7, maar het is niet duidelijk wat wit na 20…Dh5 moet doen. Bijvoorbeeld: 21.Le7 Tf4 22.Pg3 Dh6 23.Dxd6 Dxd6 24.Lxd6 Lf6, waarna wits paard op h5 verloren gaat.

Ringoir volgde echter met 20.Pg3 Lf6 21.De4 Dd7 22.De3 Kh8 23.Lxf6 (de Belg had achteraf spijt van deze zet – waarom niet eerst een toren ontwikkelen? Maarja, de tijd begon wel rap te tikken) 23…Txf6 24.Dg5 (waarschijnlijk is deze manoeuvre ook niet handig) 24…Tf4 25.Tfe1 Tg8 26.Dh6 Dd8 27.Te4 Txe4 28.Pxe4

Pos6

28…Lh5 29.Kf1 Dxh4 30.Df6 Dxf6 31.Pxf6 en Reinderman zou het eindspel met twee extra pionnen vast wel gewonnen hebben als Ringoir het zelf niet zo snel had opgegeven.

SONY DSC
Close
SONY DSC06-Mar-2013 17:51, SONY SLT-A55V, 2.0, 50.0mm, 0.077 sec, ISO 1600
 

De arme Li Riemersma zit in de hoek waar de klappen vallen. Hij verloor voor de derde maal op rij, nu van Stefan Kuipers. Je zou hem graag een half gunnen, maar wellicht wilde Riemersma zijn slechte reeks alleen goed maken met een punt. Kuipers rook juist bloed en had een overwinning nodig om weer op 50% te komen.

Riemersma opende met de Najdorf – dat al niet bekend staat als een solide remiseopening – en Kuipers speelde vervolgens een van de allerscherpste voorzettingen, de Perenyi-aanval. Daarin offert wit een stuk met als doel het centrum te veroveren. Ook wordt zwart afgeschrikt om kort te rokeren. Daarom maar lang. In een stelling waarin de computer al een klein voordeeltje voor wit profeteert, gaat Riemersma in de fout na een sterk dubbel pionoffer

Pos7

15…Pd4 Een goede zet: wit moet zijn sterke zwartveldige loper ruilen, terwijl zwart zijn loper juist kan ontwikkelen. 16.Lxd4 exd4 17.Dxd4 Lg7 18.Da7 d5 Sterk gespeeld van Riemersma. 19.Pxd5 Pxd5 20.Txd5

Pos8

Wit heeft drie pionnen voor het stuk en dreigt Tc5. Daar kan je ook niks tegen doen. Dus dan maar het offer – en waarschijnlijk ook de pointe van zwarts spel: 20…Lxb2 21.Kb1 (21.Kxb2 Db4 en wit kan niet ontsnappen aan eeuwig schaak) 21…Db4. Op 22.Tc5 wint zwart: 22…Lc6 en wit heeft geen fatsoenlijke manier om zijn aanval gaande te houden zonder zwart een tempo te gunnen. Dus speelde Kuipers het simpele 22.Dc5 – dameruil en pakte het stuk op b2 mee. Uit.

Toch was Riemersma’s dubbele pionoffer helemaal niet slecht. 20…Lxb2 was de mispeer: 20…Db4 had de dag gered. 21.Dc5 Dxc5 22.Txc5 laat zwart met een extra stuk tegen drie pionnen: daar is nog voldoende om voor te spelen. Dan maar: 21.Tc5 Lc6 en wit heeft drie opties om een zwarte invasie op b2 te voorkomen: 22.Da8, 22.Txc6 en 22.c3. Na al die zetten geeft de computer spannende varianten, waarin de zwarte koning weliswaar wordt opgejaagd, maar zijn hachje nog kan redden. Riemersma kon het allemaal niet doorrekenen – er zat te veel tactiek in de stelling – hij speelde dus 20…Lxb2 en verloor.

SONY DSC
Close
SONY DSC06-Mar-2013 17:48, SONY SLT-A55V, 2.0, 50.0mm, 0.05 sec, ISO 1600
 

En dan de laatste partij, die tussen Greenfeld en Swinkels. Je zou kunnen zeggen dat van alle spelers alleen Greenfeld, als koploper, wel content zou kunnen zijn met een remise. Maar tijdens de partij ging de Israelier meerdere keren remise uit de weg. Swinkels kon zijn nederlagen in ronde 3 en 4 juist weer volledig goedmaken als hij de partij zou winnen.

De jonge Tilburger overnacht sinds zijn nederlagen bij Robert Ris, en dat leidt waarschijnlijk voor voldoende inspiratie: de aloude Tarrasch-variant werd van stal gehaald. Na dameruil ontstond er al een grappige stelling:

Pos9

Na wat ruilen waren de remisekansen wel erg groot geworden. Greenfeld ontweek desondanks drie keer dezelfde stelling en nam wat risico’s. Zo kreeg Swinkels een veropgerukte vrijpion, maar in ruil daarvoor snoepte Greenfeld ook wat mee:

Pos10

63.Tg6 Kf7 64.Txh6 Pd1 65.Kg2 b1D 66.Th7 Kf6 67.Th6 Ke5

Pos11

Als je Greenfeld midden in de nacht wakker maakt en deze stelling laat zien, en hem de vraag stelt om zo makkelijk mogelijk remise te maken, dan zou hij onmiddellijk 68.Lxb1 Txb1 69.f4 hebben gezegd. Toren-paard tegen toren en pion, dat gaat niet meer fout. Maar tijdens de partij heeft Greenfeld dus niet naar die meest makkelijk remise gezocht. Hij draaide de zetten om, wellicht zijn er extra opties waardoor de remise uit de weg wordt gegaan:

68.f4 Kd4 69.Lxb1 – dat geeft zwart inderdaad een belangrijke extra mogelijkheid: 69…Pe3 70.Kh2 (70.Kf3 Tf1 mat) 70…Pg4 en de toren op h6 gaat verloren.

Moraal van het verhaal: remise is een legitiem resultaat in het schaken. Het spel is zo rijk aan mogelijkheden om de kans op remise zo veel mogelijk uit de weg te gaan. Maar in sommige stellingen is er gewoon geen weg meer terug. Neem dan je verlies.. ehh… remise.

SONY DSC
Close
SONY DSC06-Mar-2013 14:03, SONY SLT-A55V, 2.0, 50.0mm, 0.013 sec, ISO 1600
 

Comments are closed.