Bijltjesdag

SONY DSCCafebaas Peter Tames is een enthousiast schaker. Af en toe speelt hij een partijtje in de competitie van de SGA, maar hij vindt het vooral leuk om toernooien te volgen – en dan natuurlijk niet op de laatste plaats zijn eigen toernooi. Hij nodigt zelf de deelnemers uit: jonge Nederlanders, Amsterdammers en leuke buitenlanders. Het liefst met een aanvallende speelstijl. Ondanks het vertrouwen in de spelers was Tames toch een beetje terughoudend bij de start van de derde ronde: de eerste grootmeesterontmoeting tussen Greenfeld en Hertneck zou wel eens snel in remise kunnen verzanden. Maar niets was minder waar: alle partijen leverden een winnaar op. Bijltjesdag.

Na de tweede ronde hadden we twee koplopers, waarvan alleen Greenfeld wist te winnen. Het is een bescheiden man, die Israëliër. Toen uw verslaggever vroeg naar zijn partij zei Greenfeld alleen dat het een interessante pot was, wetende dat tegenstander Hertneck naast hem stond. Maar wellicht wil hij het achterste van zijn tong niet laten zien. Zo vroeg hij na de eerste ronde aan de arbiter hoe laat een speler te laat mag komen (een uur). En weldra, in ronde 2 en 3 kwam Greenfeld enkele minuten na het eerste fluitsignaal.

Maar goed, over naar het schaken. Het was ook een enorm interessante partij die Greenfeld dicteerde tegen Hertneck. In een Nimzo/Dame-Indisch speelde Greenfeld een pionoffer dat hem in 2005 al eens een snelle overwinning had opgeleverd. Er volgde een tweede pion en dameruil:

De zwarte koning staat in zijn eigen, ietwat aangeslagen kasteeltje, midden op het bord. Korte rokade mag niet. Lange rokade leidt tot mat na La6. De torens kunnen dus niet verbonden worden, laat staan op open lijnen worden gezet. Het paard op h5 staat enigszins buitenspel. Wit heeft daarentegen vrij spel. Die dynamische voorsprong leidt ongetwijfeld tot voldoende compensatie. Maar ook voor meer dan dat? Greenfeld had al aardig wat tijd geïnvesteerd: 25 minuten tegen een uur – met nog twintig zetten voor de tijdcontrole.

Hertneck besloot al snel een pion te geven om zijn koning op f7 te zetten – een tweede dreigde te vallen.

En waarschijnlijk is het daar fout gegaan voor de Duitse grootmeester: hij ging zijn pion op f3 verdedigen met 28…Lg4, waar de quasi ontwikkelingszet 28….Th6 meer op zijn plaats was geweest. Na het logische 29.Txf3 volgt dan 29…Txf6 30.exf6 Lg4, en de kwaliteit wordt teruggewonnen. In de partij werd de loper op g4 weer simpel weggejaagd en pion f3 veroverd. Greenfeld behield zijn octopus op f6 en de draak op d6. De pion op d7 werd ook nog gewonnen evenals een kwaliteit. Uitmuntend spel van Greenfeld, die op 3 uit 3 kwam.

Foto: Bas Beekhuizen

Uitmuntend was ook het spel van Li Riemersma tegen Dimitri Reinderman. De Amsterdamse Internationaal Meester, die zijn thuiswedstrijden met SOPSWEPS ’29 ook afwerkt in Cafe Batavia, won met zwart van Dimitri Reinderman. In de opening verspeelde de grootmeester zijn centrum met een inferieure damemanoeuvre:

In de database is een partij te vinden waarin wit simpel ontwikkelde met 12.Le3 0-0 13.Le2 Dd6 14.Pd3 Pfd7 15.e5 Dc7 16.0-0. Neem vooral akte van de stuk-terug-zetten Le3 en Pd3.
Reinderman speelde het ambitieuzer en kreeg de deksel op de neus: 12.Dd2 0-0 13.Df2? (13.Le3 was echt essentieel) 13…Pxe4! 14.Pxe4 f6 15.Pc5 Ld5 16.Pxg6 hxg6 17.Le3 Lf7 18.Pxb7 Db8 19.Pc5 Pd5

Wit is nog steeds slecht ontwikkeld, en zwart heeft daar slechts een pion voor hoeven geven. Er volgde 20.b3 e5!, wat meteen druk zet op die overgebleven centrumpion van wit. Rokeren heeft wit nooit kunnen doen en Riemersma won in de jacht op de koning een kwaliteit. Hoewel hij zelf nog even in paniek raakte na een gemiste directe winst, tikte Riemersma de partij voor het oog geduldig uit. Een knappe overwinning.

Op het forum van Utrechtschaak deelde Reinderman zijn commentaar: “18.Pxb7 was riskant, maar misschien kan het nog als ik daarna lang rokeer. Zoals ik het speelde kwam hij op winst te staan, maar hij miste 31…Dg4 met het idee Df3. In de partij kreeg ik nog wat kansjes. Ik had echter in plaats van dameruil 45.Dc7 moeten proberen: ik dacht dat ik mat zou gaan na 45…Te1, maar 46.Pd7! maakt dan remise. Na dameruil won het makkelijk voor zwart.”

Foto: Bas Beekhuizen

Twan Burg won relatief eenvoudig van Robin Swinkels. De Brabanders concentreren zich beiden na hun volbrachte studie econometrie weer even volledig op het schaken – crisis of niet, het spel trekt heel erg. Maar dat betekent niet, in het geval van Swinkels, dat alle angels uit de Najdorf van Burg kunnen worden geplugd. In plaats daarvan speelde Swinkels een anti-Siciliaan die hij vooral aan de zwarte zijde heeft bekeken. Zijn pionoffer was OK, maar Swinkels had de pion moeten terugnemen toen Burg een tweede pionoffer in eerste instantie afsloeg. Toen het bij de tweede mogelijkheid toch werd gepakt overheerste bij Swinkels vooral het geval van “oh shit, ik ben nu een volledige pion kwijt”. Compensatie kreeg hij er ook niet voor. Burg was wat slordig met 20….Pe5, maar behield zijn voordeel. In het dubbele toreneindspel waren wits pionnen op a3 en e4 zo zwak dat een nederlaag niet meer was te voorkomen.

Leidt de Slavische ruilvariant altijd tot remise? Lang niet altijd natuurlijk. Tanguy Ringoir, die in de eerste twee ronden al schitterde met verzorgd positioneel spel, wist er wel raad mee. Toen tegenstander Stefan Kuipers met zwart zijn loperpaar ruilde en met 20….Pe8 (gevolgd door f5) het verkeerde plan koos, was de jonge Belg er als de kippen bij:

20…Pe8 21.Da5 a6 22.Tb6 (22.d5 was ook sterk) 22…f5 23.d5 exd5 24.Txd5 en ‘Kuip’ was in grote problemen. 24…Dc8 is niet fijn wegens 25.Txc6 Dxc6 26.Dxc6 bxc6 27.Txf5 met pionwinst, waarbij zwart ook nog een dubbele c-pion heeft. Daarom maar 24…Dxd5 25.exd5 Txb6 26.Dxc4. En net als in de partij Swinkels-Rijnaarts (eerste ronde) is de witte dame actiever dan de twee torens. Ringoir slechtte de partij vervolgens zonder al te veel moeite.

Foto: Bas Beekhuizen

Tot slot de partij die als eerste eindigde: Zhou tegen Rijnaarts. De Nederlander speelde een variant van het Siciliaan met a6. Die stille zet, soms bedoeld als wachtzet, soms om Pb5 tegen te gaan, werd door Rijnaarts achteraf bekritiseerd. Tijdens de partij liep hij constant achter de feiten aan. Eén extra zetje had hij steeds nodig om de aanvallen van Zhou te pareren.

In deze stelling had Rijnaarts nog een laatste redmiddel: 24…Lc4. Na 24…Dc7 volgt namelijk 25.Pc5. In plaats daarvan volgde 24…Tb5 25.Df6 Kg8 26.Dxe6! fxe6 27.Txf8 Kg7 28.T1f7 Kh6 29.Th8 g5 30.Thxh7 Kg6 31.Thg7 Kh6

32.Pf2 Tb8 33.Pg4 Kh5 34.Th7 Kg6 35.Tfg7 1-0

Comments are closed.